ECLI:NL:RBSGR:2007:BJ0712
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens ongewenstverklaring met schorsing strafrechtelijke gevolgen
Verzoeker is op 16 februari 2007 ongewenst verklaard op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarna hij bezwaar heeft gemaakt en een voorlopige voorziening heeft gevraagd om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker wel degelijk belang heeft bij het verzoek, omdat het niet gericht is op het verkrijgen van rechtmatig verblijf, maar op het voorkomen van uitzetting voorafgaand aan de beslissing op bezwaar. Er is sprake van een spoedeisend belang omdat verzoeker in vreemdelingenbewaring verblijft.
Het besluit tot ongewenstverklaring voldoet niet aan de motiveringseisen, omdat niet is meegewogen dat verzoeker vanaf zijn tiende levensjaar rechtmatig verblijf in Nederland had en de belangenafweging onvoldoende is gemaakt, ook in het licht van artikel 8 EVRM Pro over familieleven.
Gezien de ernst van de situatie en het ontbreken van concrete tegenargumenten van verweerder, acht de voorzieningenrechter het bezwaar kansrijk en wijst het verzoek toe. Tevens worden de proceskosten aan verzoeker toegekend en het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting wordt geschorst totdat op het bezwaar is beslist.