ECLI:NL:RBSGR:2007:BJ4951
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Legesheffing voor vrijstellingsprocedure bij lichte bouwvergunning terecht
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de leges die de gemeente Delft heeft geheven voor de aanvraag van een lichte bouwvergunning voor het oprichten van een erfafscheiding rondom zijn tuin. Het betrof een bouwsom van circa €25.000, waarbij leges van in totaal €1.629,85 werden gevorderd, verdeeld over €625 voor de bouwvergunning en €1.004,85 voor de vrijstellingsprocedure op grond van artikel 19, derde lid, van de Wet op de ruimtelijke ordening (WRO).
Eiser stelde dat hij op grond van artikel 48 van Pro het Burgerlijk Wetboek het recht heeft zijn erf af te sluiten en dat er geen strijdigheid met het bestemmingsplan kon zijn, omdat het nieuwe hekwerk het bestaande verving. Verweerder stelde dat de bouwvergunning slechts kon worden verleend in combinatie met een vrijstelling van het bestemmingsplan, welke vrijstelling reeds op 2 februari 2007 was verleend door het college van burgemeester en wethouders van Delft. Eiser had toen bezwaar kunnen maken tegen deze vrijstelling, maar had dat niet gedaan.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van 2 februari 2007 onherroepelijk is en dat de legesverordening van de gemeente Delft rechtvaardigt dat voor de behandeling van de aanvraag van een lichte bouwvergunning in combinatie met de vrijstellingsprocedure leges worden geheven. Het beroep van eiser is daarom ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de geheven leges voor de vrijstellingsprocedure is ongegrond verklaard.