ECLI:NL:RBSGR:2007:BJ9723
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot vernietiging van arbitraal tussenvonnis afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid
In januari 2003 sloten Alstom en Imtech een overeenkomst voor assemblage en installatie van installaties bij PNL Vlissingen. Na een geschil startte Imtech in oktober 2003 een arbitrageprocedure. Het scheidsgerecht verklaarde zich op 20 december 2005 bevoegd en wees een tussenvonnis uit, waarbij onder meer 's-Gravenhage als plaats van arbitrage werd vastgesteld en Alstom werd veroordeeld tot kostenbetaling.
Alstom vorderde vervolgens bij de rechtbank vernietiging van dit tussenvonnis. De rechtbank oordeelde dat krachtens artikel 1064 lid 4 en Pro artikel 1052 lid 4 Rv Pro vernietiging van een arbitraal tussenvonnis slechts samen met het eindvonnis kan worden ingesteld. Omdat het tussenvonnis geen (gedeeltelijk) eindvonnis is, is Alstom niet-ontvankelijk in haar vordering.
Alstom stelde dat het appelverbod doorbroken moest worden wegens ernstige gebreken, maar de rechtbank verwierp dit omdat het appelverbod tijdelijk is en geen sprake was van schending van fundamentele beginselen zoals in eerdere jurisprudentie. De rechtbank veroordeelde Alstom in de proceskosten en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank verklaart Alstom niet-ontvankelijk in haar vordering tot vernietiging van het arbitraal tussenvonnis en veroordeelt haar in de proceskosten.