ECLI:NL:RBSGR:2007:BK1003
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schending hoorplicht bij bezwaar tegen aanslag inkomstenbelasting 2000
Eiseres maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2000, waarbij zij verzocht te worden gehoord. Verweerder heeft echter uitspraak op bezwaar gedaan zonder eiseres te horen over dit bezwaar, wat in strijd is met artikel 25, vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).
De rechtbank constateert dat verweerder deze hoorplicht heeft geschonden, ondanks dat eiseres tijdens de bezwaarprocedure meerdere malen heeft aangegeven te willen worden gehoord en zelfs haar agenda ter inzage aanbood. Verweerder erkende ter zitting dat de hoorplicht niet correct is nageleefd.
De rechtbank oordeelt dat eiseres door het niet-horen wel degelijk is benadeeld, mede vanwege onduidelijkheden over de inhoud en betekenis van de agenda die eiseres aanbood. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw uitspraak op bezwaar te doen, met inachtneming van de hoorplicht.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiseres en wijst een vergoeding toe voor het betaalde griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard wegens schending hoorplicht; uitspraak op bezwaar vernietigd en zaak terugverwezen voor hernieuwde beslissing.