ECLI:NL:RBSGR:2007:BN7750
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning ondanks bodemverontreiniging en bezwaartermijn
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2003, gesteld op € 475.392, en voert aan dat onvoldoende rekening is gehouden met bodemverontreiniging onder het complex. Tevens is het bezwaar tegen de beschikking over 2005 te laat ingediend.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Hoewel bodemverontreiniging aanwezig is, is de kans op sanering te onzeker en niet concreet genoeg om een waardedrukkend effect te rechtvaardigen. De bezwaartermijn is overschreden en het beroep op verschoonbaarheid faalt omdat eiser pas na de beslissing van gedeputeerde staten bezwaar maakte.
Verder wordt een verlaging van de waarde met € 15.000 wegens een gewijzigde woninginhoud afgewezen op grond van artikel 26a Wet WOZ. Het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt eveneens niet gehonoreerd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslagen is ongegrond verklaard; de waarde is niet te hoog vastgesteld.