ECLI:NL:RBSGR:2007:BX1138
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.M. Valk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens aanvaring motorvaartuig door ondiepte en obstakel in water
De eigenaar van het motorvaartuig '[X.]' vorderde schadevergoeding van de gemeente Leiden en het Hoogheemraadschap van Rijnland (HhR) wegens schade ontstaan door een aanvaring met een onbekend obstakel in het water bij de Zijlpoort in Leiden op 31 juli 2001. Hij stelde dat onvoldoende diepgang en obstakels in het water de oorzaak waren en dat de gemeente als vaarwegbeheerder en het HhR als waterstaatkundig beheerder aansprakelijk waren voor het onderhoud en het verwijderen van obstakels.
De rechtbank stelde vast dat het HhR verantwoordelijk is voor het waterstaatkundig onderhoud, gericht op het waarborgen van waterdoorstroming en niet op bescherming tegen schade aan vaartuigen door ondiepte. De vastgelegde diepte van 3,40 meter in de legger strekt niet ter voorkoming van schade aan motorvaartuigen. Het HhR is slechts gehouden tot het verwijderen van obstakels die een acute belemmering voor de doorstroming vormen, wat hier niet het geval was.
De gemeente heeft als vaarwegbeheerder een eigen verantwoordelijkheid, maar geen garantieplicht voor diepgang of vrije doorvaart. De rechtbank oordeelde dat de door eiser aangevoerde meldingen van ondiepte en obstakels onvoldoende concreet en causaal verband ontbraken om aansprakelijkheid aan te nemen. Onderzoeken door de gemeente leverden geen obstakels op. Ook de stellingen over eerdere meldingen en een auto in het water konden geen aansprakelijkheid van de gemeente rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat noch het HhR noch de gemeente aansprakelijk zijn voor de schade aan de '[X.]'. De vorderingen werden afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt eiser in de proceskosten.