Uitspraak
RECHTBANK 's-GRAVENHAGE
[deurwaarder]te Den Haag zich bij proces-verbaal van 31 oktober 2007 tot de voorzieningenrechter heeft gewend op grond van artikel 438 lid 4 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering.
Rechtbank 's-Gravenhage
In deze zaak heeft eiser een notariële akte overgelegd waarin hij stelt dat de Staat hem een bedrag van € 20.040.000,-- schuldig is. De akte is eenzijdig en is verleden zonder medeweten van de Staat. De deurwaarder wenste deze akte te executeren, maar ondervond bezwaren vanwege de inhoud en het ontbreken van instemming van de Staat.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het enkele feit dat de verklaring in een notariële akte is vastgelegd niet betekent dat er een schuldvordering jegens de Staat bestaat. De akte levert slechts bewijs van de verklaring van eiser, maar niet van de materiële schuld. Ook het feit dat de Staat de vordering niet heeft betwist, leidt niet tot executoriale titel.
Daarom wordt de deurwaarder verboden de akte te executeren. Tevens wordt eiser veroordeeld in de proceskosten van de Staat. Het verzoek tot waarmerking van de akte als Europese executoriale titel zal apart worden behandeld.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verbiedt de executie van de notariële akte en veroordeelt eiser in de proceskosten.