ECLI:NL:RBSGR:2008:BC1895
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende zwaarwegendheid van het asielrelaas en gebrek aan reëel risico op vervolging
Eiseres, afkomstig uit Nepal, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat zij door maoïsten wordt bedreigd vanwege haar familie en politieke achtergrond. De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van onvoldoende bewijs van een reëel risico op vervolging. De rechtbank stelde vast dat de identiteit en nationaliteit van eiseres niet in twijfel worden getrokken en dat de feiten in het asielrelaas geloofwaardig zijn, maar dat het ontbreken van documenten geen toegevoegde waarde heeft voor de beoordeling.
De rechtbank oordeelde dat het onderscheid tussen geloofwaardige feiten en de aan die feiten ontleende vermoedens over vervolging louter theoretisch is, omdat de vermoedens nauw verbonden zijn met het feitencomplex. Hoewel bedreigingen van maoïsten geloofwaardig zijn, is het asielrelaas onvoldoende zwaarwegend om aan te nemen dat eiseres een gegronde vrees voor vervolging heeft. De maoïsten richtten zich vooral op geldelijk gewin en er is geen bewijs dat eiseres of haar familie specifiek doelwit zijn geweest.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiseres geen reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer, mede gelet op de situatie van vrouwen in Nepal en de jurisprudentie van het EHRM. Het beroep op artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 faalt, en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende zwaarwegendheid en gebrek aan reëel risico op vervolging.