ECLI:NL:RBSGR:2008:BC1909
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting binnen redelijke termijn
Eiser, een Iraakse vreemdeling, werd op 13 december 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank onderzocht of de bewaring rechtmatig was, mede gelet op het zicht op uitzetting naar Irak.
Verweerder gaf aan dat de Iraakse autoriteiten sinds februari 2007 bereid zijn verwijdering te bespreken en dat voorbereidingen voor terugkeer naar Noord-Irak in een vergevorderd stadium zijn. Desondanks heeft sinds januari 2007 geen gedwongen uitzetting plaatsgevonden en ontbreekt een concrete termijn voor daadwerkelijke uitzetting.
De rechtbank concludeerde dat er geen reëel zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, waardoor de bewaring van meet af aan onrechtmatig is. Daarom werd de bewaring opgeheven met ingang van 10 januari 2008 en werd eiser een schadevergoeding van €2.060,00 toegekend. Tevens werden de proceskosten van €644,00 aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van reëel zicht op uitzetting binnen redelijke termijn en eiser krijgt schadevergoeding toegekend.