ECLI:NL:RBSGR:2008:BC2217
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring na vijf maanden na redelijk vermoeden illegaal verblijf
Eiser werd op 17 juli 2007 aangehouden wegens openbare dronkenschap en naar zijn verblijfadres in Amsterdam gebracht, waar toen al een redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond. Vanwege capaciteitsgebrek werd hij toen niet in bewaring gesteld. Pas vijf maanden later, op 12 december 2007, keerde de politie terug om eiser staande te houden en in bewaring te stellen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet met een lichter middel dan inbewaringstelling kon worden volstaan, ondanks het capaciteitsgebrek en het voortdurende vermoeden van illegaal verblijf. De proportionaliteit en subsidiariteit van de maatregel zijn niet voldoende gewaarborgd.
Verder is vastgesteld dat eiser een vaste verblijfplaats heeft en over voldoende middelen van bestaan beschikt, hetgeen verweerder onvoldoende onderzocht heeft. De overige aangevoerde gronden, zoals criminele antecedenten en langdurig verblijf zonder legalisatie, blijven onbesproken.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring en veroordeelt de Staat tot een schadevergoeding van €1870,-- en tot betaling van proceskosten van €644,-- ten gunste van eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring en veroordeelt de Staat tot schadevergoeding en proceskostenbetaling.