ECLI:NL:RBSGR:2008:BC3242
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep asielaanvraag Tamil met vrees voor vervolging in Sri Lanka
Eiser, een Tamil afkomstig uit Manipay, Sri Lanka, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Hij vreesde vervolging vanwege vermeende banden van zijn zonen met de LTTE en eerdere arrestaties. Verweerder wees de aanvraag af, stellende dat eiser geen geloofwaardige vrees voor vervolging had en dat hij een vlucht- of vestigingsalternatief had binnen Sri Lanka.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom eiser geen reëel risico liep op schending van artikel 3 EVRM Pro. Uit het landgebonden asielbeleid bleek dat Tamils uit het noorden en oosten van Sri Lanka niet veilig terug kunnen keren, hoewel een verblijfsalternatief elders in het land wordt aangenomen. Dit alternatief werd door verweerder onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat eiser aannemelijk had gemaakt dat hij door de Sri Lankaanse autoriteiten wordt verdacht van banden met de LTTE en dat hij een reëel risico loopt op vervolging. De eerdere verblijfsperiode in Colombo maakte dit niet anders, gezien de verslechterde veiligheidssituatie en het onderduiken van eiser. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende gemotiveerde afwijzing van de verblijfsvergunning asiel.