ECLI:NL:RBSGR:2008:BC3368
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende voortvarendheid bij uitzetting en asielprocedure
Eiser is op 15 januari 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld met het oog op uitzetting. Op 16 januari 2008 diende hij een asielaanvraag in, waarna de grondslag van de bewaring werd gewijzigd. Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde bij de uitzetting en de behandeling van zijn asielaanvraag, en verzocht om opheffing van de bewaring en toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de bewaring formeel rechtmatig was en er voldoende gronden waren voor de maatregel, verweerder geen uitzettingshandelingen had verricht en ook de asielaanvraag onvoldoende voortvarend behandelde. Verweerder kon niet aangeven wanneer eiser zou worden gehoord of overgeplaatst voor nader gehoor, wat wijst op onvoldoende voortvarendheid.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de maatregel van bewaring per 29 januari 2008 en kende een schadevergoeding van €1130 toe voor de onrechtmatige bewaring. Tevens werden proceskosten van €644 aan eiser toegekend. Hiermee werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de kosten en schade ten laste van de Staat der Nederlanden.
Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring werd opgeheven wegens onvoldoende voortvarendheid bij uitzetting en asielprocedure, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan eiser.