ECLI:NL:RBSGR:2008:BC3990
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verwijdering zonder toestemming gebouwde aanbouw en verbod op verdere bouw op chaletpark
De zaak betreft een geschil tussen de eigenaar en beheerder van een chaletpark en een perceeleigenaar die zonder toestemming een aanbouw van circa 26 m2 aan haar chalet heeft gerealiseerd. De parkbeheerder vordert verwijdering van deze aanbouw en een verbod op verdere bouw zonder toestemming. Daarnaast is er een geschil over een schuurtje dat mogelijk deels op het algemene terrein is gebouwd.
De rechtbank oordeelt dat de perceeleigenaar gehouden was toestemming te vragen voor de aanbouw, zoals bepaald in de transportakte en het parkreglement. Het beroep op rechtsverwerking door de perceeleigenaar wordt verworpen, omdat stilzitten niet tot rechtsverwerking leidt en de parkbeheerder wel degelijk actie heeft ondernomen.
De vordering tot verwijdering van de aanbouw wordt toegewezen met een termijn van 12 weken voor afbraak. Het verbod op verdere bouw zonder toestemming wordt eveneens opgelegd met een dwangsom. De vordering tot verwijdering van het schuurtje wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van grensoverschrijdend bouwen. De vorderingen van de perceeleigenaar tot aanleg van parkeerplaatsen worden afgewezen omdat zij geen partij is bij de relevante overeenkomst.
De proceskosten worden in conventie gecompenseerd en in reconventie aan de perceeleigenaar opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de perceeleigenaar tot verwijdering van de aanbouw en legt een verbod op verdere bouw zonder toestemming van de parkbeheerder.