ECLI:NL:RBSGR:2008:BC4364
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verlenging partneralimentatie na twaalf jaar beëindiging
Partijen zijn gehuwd geweest van 1967 tot 1995. Bij beschikking van 6 april 1995 werd de man veroordeeld tot betaling van partneralimentatie aan de vrouw. De alimentatieplicht eindigt van rechtswege na twaalf jaar, tenzij de rechter op verzoek een langere termijn vaststelt wanneer de beëindiging onredelijk is. De vrouw verzocht om verlenging van de alimentatieplicht met zeven jaar, gesteld dat de beëindiging te ingrijpend is.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek tijdig is ingediend en dat de beëindiging van de alimentatie een aanzienlijke inkomensdaling van 67% voor de vrouw betekent, wat ingrijpend is. De vrouw heeft een beperkte arbeidsmarktpositie door een traditioneel rollenpatroon en een laag opleidingsniveau, en zij heeft zich weliswaar ingespannen maar geen hogere inkomsten kunnen verwerven.
Desondanks heeft de vrouw volgens de rechtbank voldoende tijd gehad om haar levensstandaard aan te passen en haar financiële situatie te regelen, onder meer door het vermogen uit de verkoop van de woning. De rechtbank vindt dat de vrouw niet kan afwentelen dat zij haar levensstandaard niet heeft aangepast en dat de man erop mocht vertrouwen dat de alimentatie na twaalf jaar zou eindigen.
Daarom is de beëindiging van de alimentatie niet onredelijk en wordt het verzoek afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd omdat partijen ex-echtgenoten zijn.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de partneralimentatie wordt afgewezen omdat de beëindiging niet onredelijk is.