ECLI:NL:RBSGR:2008:BC4569
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe feiten en relevante rechtwijziging
Verzoeker, van Turkse nationaliteit, diende op 9 januari 2008 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Deze aanvraag werd door verweerder afgewezen op grond van het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden die een hernieuwde beoordeling rechtvaardigen. Verzoeker stelde dat zijn situatie was veranderd doordat hij nu als deserteur wordt bedreigd en dat er sprake is van een relevante wijziging van het recht, met name door bepalingen uit de Definitierichtlijn.
De rechtbank overwoog dat de samenwerkingsplicht uit artikel 4 van Pro de Definitierichtlijn niet verder gaat dan de bestaande verplichtingen uit de Vreemdelingenwet 2000. Verzoeker kon geen bewijs leveren van oproepen voor militaire dienst of van een gewapend conflict in Turkije, zoals vereist voor toepassing van artikel 15c van de Richtlijn. De overgelegde documenten, waaronder een brief van zijn vader en een Nufus, werden niet als nieuw of voldoende aannemelijk beschouwd.
De rechtbank concludeerde dat de aanvraag een herhaalde aanvraag betreft die niet kan worden getoetst aan nieuwe feiten of rechtwijzigingen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open voor het verzoek om voorlopige voorziening, maar hoger beroep is mogelijk tegen de bodemuitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.