ECLI:NL:RBSGR:2008:BC4888
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens niet-tijdige schriftelijke oplegging
Eiser werd op 7 februari 2008 staande gehouden en in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel van bewaring werd echter niet direct schriftelijk aan eiser uitgereikt vanwege een computerstoring, waardoor de schriftelijke oplegging pas op 8 februari 2008 plaatsvond. Dit betekent dat eiser buiten de toegestane termijn van zes uur in bewaring is gesteld, wat in strijd is met artikel 50, tweede lid van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank oordeelt dat een mondelinge beslissing geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en dat de maatregel pas ingaat nadat deze schriftelijk is gesteld en ondertekend. Verweerder heeft geen tegenargumenten aangedragen die dit onrechtmatig handelen rechtvaardigen.
Gelet op de schending van de wettelijke termijnen verklaart de rechtbank het beroep gegrond, beveelt de onmiddellijke opheffing van de bewaring en wijst een schadevergoeding toe van € 965,00 voor de periode van 7 tot en met 18 februari 2008. Tevens worden de proceskosten van € 644,00 aan eiser toegekend, te voldoen door de Staat der Nederlanden.
Uitkomst: De rechtbank heft de vreemdelingenbewaring op wegens niet-tijdige schriftelijke oplegging en kent schadevergoeding toe.