ECLI:NL:RBSGR:2008:BC4909
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring en inspanningsverplichting uitzetting
Eiser is op 1 februari 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tegen deze bewaring is op 31 januari 2008 beroep ingesteld, tevens is een verzoek om schadevergoeding gedaan. De rechtbank heeft de zaak behandeld en nadere informatie opgevraagd.
Eiser betoogde onder meer dat het Detentiecentrum Alphen aan den Rijn onterecht als huis van bewaring werd aangemerkt en dat de bewaring feitelijk een voorlopige inbewaringstelling betrof, wat volgens jurisprudentie niet is toegestaan. Ook stelde eiser dat tijdens zijn strafrechtelijke detentie onvoldoende inspanningen zijn verricht om zijn uitzetting voor te bereiden.
De rechtbank oordeelt dat het Detentiecentrum Alphen aan den Rijn volgens een besluit van de Minister van Justitie ook als huis van bewaring is aangewezen, waardoor de bewaring rechtmatig is. De maatregel trad in werking direct aansluitend op de strafrechtelijke invrijheidstelling, zodat geen sprake is van een voorlopige inbewaringstelling. Verder is vastgesteld dat verweerder al ruim voor de invrijheidstelling gesprekken voerde en documenten voorbereidde voor de uitzetting, waarmee aan de inspanningsverplichting is voldaan.
Gelet op deze omstandigheden en het ontbreken van een reëel zicht op het niet kunnen uitzetten van eiser, verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.