ECLI:NL:RBSGR:2008:BC5104
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens onrechtmatige uitzetting naar Turkije
Eiser, een Turkse nationaliteit bezittende vreemdeling, werd op 4 juni 2003 uitgezet naar Turkije. Deze uitzetting werd later door de rechtbank Rotterdam op 29 september 2003 onrechtmatig verklaard en het besluit vernietigd. Eiser vorderde vervolgens schadevergoeding voor onder meer illegale reiskosten, advocaatkosten in Turkije, tolkenkosten en detentievergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de uitzetting onrechtmatig was vanwege de vernietiging van het besluit en het relativiteitsvereiste, aangezien de geschonden norm de bescherming tegen uitzetting naar een land waar vervolging dreigt betreft. De schadeposten werden getoetst op causaliteit en redelijke toerekening aan verweerder.
De illegale reiskosten en advocaatkosten werden toegewezen omdat deze rechtstreeks voortvloeiden uit de onrechtmatige uitzetting. Tolkkosten werden deels toegewezen conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, maar vertaalkosten niet. De detentie in Turkije werd als rechtstreeks gevolg van de uitzetting gezien en de immateriële schade werd naar billijkheid vastgesteld op €200 per dag voor 76 dagen.
De totale schadevergoeding werd vastgesteld op €26.908,32. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en sprak de uitspraak uit in het openbaar op 21 februari 2008.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €26.908,32 schadevergoeding wegens onrechtmatige uitzetting en detentie.