ECLI:NL:RBSGR:2008:BC5530
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens ongewenstverklaring op grond van artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de beschikking waarin hij ongewenst is verklaard en de asielaanvraag is afgewezen. De voorzieningenrechter beoordeelt of de uitzetting kan worden opgeschort totdat op het bezwaar is beslist.
De rechtbank overweegt dat het bezwaar zich richt tegen de toepassing van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag en de mogelijke schending van artikel 3 en Pro 8 EVRM bij uitzetting. Gezien de complexiteit en de verwevenheid van deze rechtsvragen is niet zonder twijfel vast te stellen dat het bezwaar kansloos is.
Daarom is het belang van verzoeker om in Nederland te blijven en het bezwaar af te wachten zwaarwegend. Verweerder heeft verklaard dat geen onmiddellijke uitzetting gepland is en dat de beslissing op bezwaar tijd zal kosten.
De rechtbank wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe, verbiedt uitzetting tot vier weken na beslissing op bezwaar en veroordeelt verweerder in de proceskosten van €644,-. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.