ECLI:NL:RBSGR:2008:BC5704
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige uitlezing mobiele telefoon tijdens vreemdelingenbewaring leidt tot opheffing bewaring
Eiseres, een Congolese vrouw, werd op grond van de Vreemdelingenwet 2000 in bewaring gesteld wegens het vermoeden dat zij zich aan uitzetting zou onttrekken. Tijdens haar bewaring werd haar mobiele telefoon uitgelezen, terwijl dit volgens de rechtbank geen wettelijke grondslag had omdat artikel 50, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 alleen ziet op de ophouding en niet op de bewaring.
De rechtbank overwoog dat het uitlezen van de telefoon een ernstige inbreuk op het recht op privacy vormt zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro. Deze inbreuk was zo ernstig dat de belangen van de Staat bij voortzetting van de bewaring niet opwogen tegen de geschonden rechten van eiseres. Daarnaast werd het standpunt van eiseres dat zij mogelijk slachtoffer was van mensenhandel en recht had op een bedenktijd voor aangifte verworpen, omdat het politieonderzoek geen aanwijzingen daarvoor gaf.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring onrechtmatig was vanaf 4 februari 2008, de datum waarop de telefoon werd uitgelezen. Daarom werd de bewaring met ingang van 25 februari 2008 opgeheven. Tevens werd aan eiseres een schadevergoeding van €1.470,- toegekend voor de onrechtmatige bewaring en werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Het vonnis benadrukt het belang van een zorgvuldige afweging van privacyrechten bij maatregelen in vreemdelingenrechtelijke procedures en bevestigt dat bevoegdheden tijdens ophouding niet zonder meer kunnen worden uitgebreid naar de bewaring.
Uitkomst: De bewaring van eiseres wordt opgeheven wegens onrechtmatige uitlezing van haar mobiele telefoon, met toekenning van schadevergoeding.