ECLI:NL:RBSGR:2008:BC5713
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen buiten behandelingstelling verblijfsvergunning
Verzoeker, van Congolese nationaliteit, diende op 10 augustus 2007 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het doel arbeid in loondienst. Verweerder nam de aanvraag bij beschikking van 4 september 2007 niet in behandeling. Verzoeker maakte op 1 oktober 2007 bezwaar tegen deze beschikking en vroeg op 4 september 2007 om een voorlopige voorziening om de behandeling van het bezwaar in Nederland te mogen afwachten.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het bezwaar tijdig was ingediend en de rechtbank bevoegd was. Verzoeker voerde aan dat het bezwaar geen schorsende werking heeft en dat hij in detentie is geplaatst. Hij verzocht daarom de voorlopige voorziening toe te kennen. Verweerder stelde dat het besluit onverkort van kracht blijft en het verzoek moest worden afgewezen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende had gesteld waarom hij het bezwaar niet in detentie of in zijn land van herkomst zou kunnen afwachten. Er waren geen uitzettingsbeletselen die verweerder zouden verhinderen voorbereidingen te treffen voor uitzetting. Het enkele bezwaar vormde geen beletsel. Verzoeker had ook niet aannemelijk gemaakt dat hij binnen korte termijn de leges zou voldoen of de benodigde gegevens zou aanleveren.
Hoewel verzoeker stelde dat hij lang in Nederland verbleef en een kind en werkgever hier had, waren deze omstandigheden onvoldoende om het belang van verzoeker zwaarder te laten wegen dan dat van verweerder. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat geen uitzettingsbeletselen zijn en verzoeker het bezwaar in detentie kan afwachten.