ECLI:NL:RBSGR:2008:BC5714
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende voortvarendheid bij overdracht naar België
Eiser was in vreemdelingenbewaring gesteld met het oog op uitzetting naar België. Op 5 februari 2008 werd een claimverzoek aan de Belgische autoriteiten gericht, die op 7 februari akkoord gingen met de overname van eiser. Verweerder informeerde de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) pas op 15 februari over het akkoord en stelde de overdracht op 22 februari vast.
De rechtbank oordeelt dat de termijn van vijftien dagen tussen het akkoord en de overdracht onvoldoende voortvarend is, zeker gezien het verzoek van België om ten minste drie werkdagen van tevoren geïnformeerd te worden. Verweerder heeft geen feiten aangevoerd die deze termijn rechtvaardigen en heeft niet om nadere gegevens gevraagd.
De maatregel van bewaring is daarom onrechtmatig vanaf 8 februari 2008. De rechtbank beveelt de onmiddellijke opheffing van de bewaring en kent een schadevergoeding toe van € 840 aan eiser voor de onrechtmatige bewaring. Tevens worden de proceskosten van € 644 aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt opheffing van de vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende voortvarendheid bij overdracht en kent een schadevergoeding toe.