ECLI:NL:RBSGR:2008:BC5719
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting vreemdelingenbewaring door onvoldoende voortvarende overdracht naar België
Eiser, een vreemdeling van Marokkaanse nationaliteit, was in bewaring gesteld met het oog op uitzetting naar België. Na een claimakkoord van de Belgische autoriteiten op 11 februari 2008, vond de daadwerkelijke overdracht pas negen dagen later plaats, op 20 februari 2008.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld bij de overdracht. Hoewel verweerder stelde dat diverse handelingen en een verplichte kennisgeving van drie werkdagen aan de Belgische autoriteiten tijd vereisten, kon niet worden aangetoond waarom de termijn van negen dagen noodzakelijk was. Na 13 februari 2008 werden geen verdere handelingen verricht om de overdracht te bespoedigen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en oordeelde dat de voortzetting van de bewaring vanaf 12 februari 2008 onrechtmatig was. Op grond van billijkheid kende zij eiser een schadevergoeding toe van €560, berekend op €70 per dag voor acht dagen onrechtmatige bewaring. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van €644.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank ’s-Gravenhage op 26 februari 2008 en is onherroepelijk.
Uitkomst: De voortzetting van de vreemdelingenbewaring vanaf 12 februari 2008 is onrechtmatig verklaard en aan eiser is een schadevergoeding van €560 toegekend.