ECLI:NL:RBSGR:2008:BC5720
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid van inbewaringstelling in het kader van Dublinclaim en weigering lichter middel
Eiser werd op 12 februari 2008 in bewaring gesteld met het oog op zijn uitzetting naar België, die een Dublinclaim had geaccepteerd. Eiser voerde aan dat de inbewaringstelling onrechtmatig was omdat hij in afwachting was van een uitspraak op zijn beroep tegen de weigering van een asielvergunning en dat de overdrachtstermijn van zes maanden pas op 21 maart 2008 zou verstrijken, waardoor de maatregel voorbarig was. Tevens stelde hij dat een lichter middel had moeten worden toegepast.
Verweerder stelde dat de overdracht gepland stond op 27 februari 2008 en dat de termijn van zes maanden niet doorslaggevend was, mede omdat de voorlopige voorziening niet langer mocht worden afgewacht indien dit de overdracht illusoir zou maken. De rechtbank oordeelde dat het beleid van verweerder niet kennelijk onredelijk was en dat de maatregel van bewaring rechtmatig was gezien de naderende overdracht.
De rechtbank verwierp het verweer dat een lichter middel had moeten worden toegepast en vond dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld bij de uitzetting. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en de bewaring blijft gehandhaafd.