ECLI:NL:RBSGR:2008:BC5725
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring en uitoefening algemene politietaak
Eiseres is op 8 februari 2008 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege vermoedelijk illegaal verblijf en het risico op onttrekking aan uitzetting. Zij stelde beroep in tegen deze bewaring en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank beoordeelde of de bewaring en de wijze van uitoefening van de algemene politietaak, waaronder legitimatiecontrole, rechtmatig waren. Uit het proces-verbaal bleek dat verbalisanten op basis van objectieve maatstaven een redelijk vermoeden hadden van illegaal verblijf, rechtvaardigend de staandehouding. De wijze van legitimatiecontrole viel onder de algemene politietaak en was niet onrechtmatig vastgesteld door een bevoegde rechter.
Verder is vastgesteld dat eiseres geen rechtmatig verblijf had, geen geldig identiteitsbewijs kon tonen, gebruik maakte van valse documenten en aliassen, en geen vaste verblijfplaats of voldoende middelen had. Dit rechtvaardigde de bewaring in het belang van openbare orde en uitzetting.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van onrechtmatigheid in de toepassing of tenuitvoerlegging van de bewaring en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat de bewaring niet werd opgeheven. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.