ECLI:NL:RBSGR:2008:BC5733
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A.C. Prins
- Rechtspraak.nl
Geldigheidsduur verblijfsvergunning asiel voor in Nederland geboren kind
Eiseres, geboren in Nederland, kreeg een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd toegekend met ingang van 1 maart 2005 en geldig tot 1 maart 2010. De moeder had een model M35-K ondertekend waarmee de aanvraag van de ouder ook geldig werd voor het kind. De rechtbank oordeelde dat de ingangsdatum van de vergunning redelijkerwijs op 1 maart 2005 kon worden vastgesteld.
De kern van het geschil betrof de geldigheidsduur van de vergunning. Volgens de wet en het overgangsrecht moest de geldigheidsduur worden bepaald aan de hand van de datum van de asielaanvraag van de ouder, die vóór 1 september 2004 was ingediend. Hierdoor had de vergunning een geldigheidsduur van drie jaar moeten krijgen in plaats van vijf jaar.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover de geldigheidsduur op vijf jaar was gesteld en bepaalde zelf de geldigheidsduur op drie jaar tot 1 maart 2008. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres. De rechtbank volgde het beleid van de vreemdelingenpolitie en de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor eiseres wordt vastgesteld op drie jaar tot 1 maart 2008.