ECLI:NL:RBSGR:2008:BC5847
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoogte persoonsgebonden budget voor verblijf op grond van AWBZ-indicatie
Wijlen mevrouw A. had een indicatie van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor langdurig verblijf gedurende zeven etmalen per week, maar wenste dit verblijf thuis te realiseren via een persoonsgebonden budget (PGB) in plaats van opname in een instelling.
Verweerder kende een PGB toe voor twee etmalen verblijf per week, conform de Regeling subsidies AWBZ, die verblijf in de vorm van een PGB beperkt tot kortdurend verblijf van maximaal twee etmalen per week. De hoogte van het PGB voor verblijf werd verlaagd per 1 december 2005, wat aanleiding gaf tot bezwaar en beroep door wijlen A. en haar erfgenamen.
De rechtbank stelt vast dat voor de periode vóór 1 december 2005 een bovenbudgettair PGB was toegekend zonder grondslag in de indicatie van het CIZ. Verweerder kan niet worden verplicht deze bovenbudgettaire toekenning voort te zetten. De rechtbank oordeelt dat het zorgkantoor terecht het PGB voor verblijf heeft beperkt tot twee etmalen per week en verklaart de beroepen ongegrond.
Daarnaast constateert de rechtbank dat verweerder tekort is geschoten in haar informatieplicht jegens de gemachtigde van wijlen A. over de grondslag van de PGB-hoogte vóór 1 december 2005, maar verbindt hieraan geen gevolgen voor de inhoudelijke beoordeling. De rechtbank wijst het beroep af en laat de proceskostenveroordeling achterwege.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen tegen de hoogte van het PGB voor verblijf ongegrond en bevestigt de toekenning van een PGB voor twee etmalen verblijf per week.