ECLI:NL:RBSGR:2008:BC6878
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag omzetbelasting wegens onvoldoende bewijs verzwegen inkopen
Eiser, exploitant van een belwinkel en internetcafé, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 2001 wegens vermeende niet-boekhoudkundige inkopen bij leverancier [bedrijf A. B.V.]. Verweerder baseerde de aanslag op een boekenonderzoek en administratie van de leverancier, waaruit zou blijken dat inkopen niet in de administratie van eiser waren verwerkt.
Eiser betwistte dit en stelde dat alle inkopen correct waren verantwoord. Verweerder kon echter geen volledige facturen overleggen en de betalingsbewijzen waren deels onbetrouwbaar. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende bewijs had geleverd dat er daadwerkelijk meer inkopen waren gedaan dan in de administratie van eiser stonden vermeld.
Omdat de bewijslast niet was omgekeerd, kon de naheffingsaanslag niet worden gehandhaafd. Tevens werd vastgesteld dat eiser ten onrechte niet was gehoord in de bezwaarfase, wat de rechtbank aanleiding gaf om de uitspraak op bezwaar en de naheffingsaanslag te vernietigen en zelf inhoudelijk te beslissen.
De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan eiser wordt vergoed. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof te ’s-Gravenhage.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting 2001 wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van verzwegen inkopen.