ECLI:NL:RBSGR:2008:BC6991
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vrijheidsontnemende maatregel wegens verhindering uitzetting door getuigenoproep
Eiser is op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 in bewaring gesteld wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf. Hij is opgeroepen om als verdachte en getuige te verschijnen bij het Gerechtshof te Amsterdam op 18 april en 23 mei 2008. De dagvaarding vermeldt dat het niet verschijnen als getuige strafbaar is, waardoor het openbaar ministerie bezwaar maakt tegen zijn uitzetting voor deze data.
De rechtbank oordeelt dat de dagvaarding als getuige de uitzetting op korte termijn in de weg staat. Eiser heeft betoogd dat hij zo spoedig mogelijk wil terugkeren naar Servië en meewerkt aan zijn uitzetting, maar de getuigenoproep verhindert dit. Verweerder heeft de rechtmatigheid van de bewaring verdedigd en gewezen op eerdere jurisprudentie, maar de specifieke situatie van een getuigenoproep maakt die jurisprudentie niet van toepassing.
De rechtbank constateert dat ondanks enige onduidelijkheid over de tijdstippen van oplegging van de maatregel, de wettelijke termijnen zijn gerespecteerd. De vrijheidsontnemende maatregel is echter niet uitvoerbaar zolang de getuigenoproep geldt. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, de maatregel opgeheven en verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en heft de vrijheidsontnemende maatregel op vanwege verhindering van uitzetting door getuigenoproep.