ECLI:NL:RBSGR:2008:BC6993
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid van ophouding na strafrechtelijke aanhouding in vreemdelingenrechtelijke procedure
Eiser werd op 5 februari 2008 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en stelde beroep in tegen deze vrijheidsontnemende maatregel. Hij voerde aan dat zijn aanhouding en ophouding onrechtmatig waren omdat er geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond en dat hij ten onrechte op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vw 2000 was overgebracht voor verhoor.
Verweerder stelde dat eiser in het kader van een strafrechtelijk onderzoek was aangehouden wegens overtreding van artikel 447e Sr en dat de ophouding rechtmatig was omdat eiser zich niet kon legitimeren en zijn verblijfsrechtelijke positie niet was vastgesteld. De rechtbank concludeerde dat de aanhouding strafrechtelijk was en niet een verhulde vreemdelingenrechtelijke staandehouding, en dat de ophouding rechtmatig was omdat eiser geen identiteitsbewijs kon tonen.
De rechtbank oordeelde dat de vrijheidsontnemende maatregel niet in strijd was met de wet en in redelijkheid gerechtvaardigd was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en de ophouding wordt als rechtmatig beoordeeld.