ECLI:NL:RBSGR:2008:BC7065
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenzaak over middelenvereiste en onregelmatigheidstoeslag in mvv-procedure
Verzoeker, een Iraanse nationaliteit bezittende vreemdeling, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij zijn echtgenote (referente) in Nederland te verblijven. Verweerder wees het verzoek af op grond van het niet voldoen aan het middelenvereiste, omdat het netto-inkomen van referente volgens verweerder onvoldoende was. Hierbij werd alleen het laagste maandbedrag aan onregelmatigheidstoeslag meegeteld, wat volgens verzoeker onredelijk was.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het beleid van verweerder, dat slechts het laagste maandbedrag aan onregelmatigheidstoeslag in de berekening betrekt, kennelijk onredelijk is omdat het geen rekening houdt met normale arbeidsomstandigheden zoals ziekte en vakantie. Dit beleid ontbeert een deugdelijke motivering en is daarom onrechtmatig.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en beval verweerder binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd ambtshalve een voorlopige voorziening getroffen dat verzoeker behandeld wordt alsof hij een geldige mvv bezit, geldig tot twee weken na de bevalling van referente, vanwege het zwaarwegend spoedeisend belang.
Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, omdat de voorlopige voorziening reeds ambtshalve was getroffen in de hoofdzaak.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verzoeker wordt behandeld alsof hij een mvv bezit tot twee weken na de bevalling van referente.