ECLI:NL:RBSGR:2008:BC7069
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring EU-onderdaan volgens Vreemdelingenwet 2000
Eiser, een Poolse nationaliteit bezittende EU-onderdaan, werd op 22 februari 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 lid 1 aanhef Pro en onder a van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat hij vrijelijk toegang tot Nederland heeft op basis van het vrije verkeer van burgers en dat verwijdering alleen mogelijk is bij een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging van fundamentele maatschappelijke belangen.
Verweerder beëindigde het verblijfsrecht van eiser bij beschikking van 21 februari 2008 en verklaarde hem ongewenst. Eiser maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening, die op korte termijn zou worden behandeld. De rechtbank oordeelde dat de rechtmatigheid van het besluit tot beëindiging van het verblijfsrecht niet in deze procedure kan worden beoordeeld, maar in de bezwaar- en voorlopige voorzieningsprocedures.
De rechtbank stelde vast dat het EU-burgerschap niet aan de maatregel van bewaring in de weg staat en dat de toepassing en tenuitvoerlegging van de bewaring niet in strijd zijn met de Vreemdelingenwet 2000. Gezien de belangenafweging achtte de rechtbank de maatregel niet onredelijk. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat daaraan geen voorwaarden waren voldaan.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.