ECLI:NL:RBSGR:2008:BC7485
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting binnen redelijke termijn
Eiseres, een Surinaamse vrouw zonder rechtmatig verblijf in Nederland, werd op 4 maart 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelde beroep in tegen de bewaring en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank beoordeelde of de bewaring rechtmatig was en of er zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn.
De rechtbank oordeelde dat eiseres terecht in bewaring was gesteld vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf, het ontbreken van een geldig identiteitsdocument, onvoldoende middelen van bestaan, een eerdere veroordeling en een ongewenstverklaring. Wel was er onvoldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, aangezien de presentatie bij de Surinaamse autoriteiten pas gepland stond voor 24 september 2008. De stelling van verweerder dat eerder presenteren mogelijk was bij vrijwillige terugkeer werd te vaag bevonden.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring vanaf het begin onrechtmatig was vanwege het ontbreken van zicht op uitzetting binnen redelijke termijn. Daarom werd de bewaring opgeheven met ingang van 18 maart 2008. Tevens werd eiseres een schadevergoeding van €1.030,00 toegekend voor de periode van 4 tot en met 17 maart 2008, en werden de door haar gemaakte proceskosten van €644,00 aan haar vergoed. De Staat der Nederlanden werd veroordeeld tot betaling van deze bedragen.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring van eiseres wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting binnen redelijke termijn, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten.