ECLI:NL:RBSGR:2008:BC7504
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting asielzoeker uit Noord-Irak
Verzoeker, een Koerdische asielzoeker uit Noord-Irak, diende een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees deze aanvraag af op grond van het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden en het standpunt dat artikel 15, aanhef en onder c, van Richtlijn 2004/83/EG geen relevante wijziging van recht vormt.
De voorzieningenrechter stelde vast dat artikel 15, aanhef en onder c, van de Richtlijn rechtstreekse werking heeft en dat het beroep van verzoeker op deze bepaling niet kansloos is, mede vanwege de lopende prejudiciële vragen bij het HvJEG en de onduidelijkheid over de status van het interne gewapend conflict in Noord-Irak.
Gezien het risico op onomkeerbare gevolgen bij uitzetting en de verslechterde veiligheidssituatie in Noord-Irak, gaf de voorzieningenrechter het belang van verzoeker voorrang boven dat van verweerder. De voorlopige voorziening werd daarom toegewezen, waarbij verweerder werd verboden verzoeker uit Nederland te verwijderen totdat op het beroep is beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoeker wordt verboden totdat op het beroep is beslist.