ECLI:NL:RBSGR:2008:BC8017
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende aannemelijkheid bekering en vervolgingsgevaar Iran
Eiser, van Iraanse nationaliteit, diende op 3 mei 2007 een nieuwe aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, gebaseerd op zijn bekering tot het christelijk geloof en het daaropvolgende risico op vervolging in Iran. De aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat niet aannemelijk was dat eiser specifieke negatieve aandacht van de autoriteiten had vanwege zijn bekering.
De rechtbank oordeelde dat deze aanvraag geen herhaalde aanvraag was, omdat het beleid ten aanzien van bekeerde christenen uit Iran was gewijzigd met WBV 2007/15. Desalniettemin kon reeds beoordeelde feiten uit eerdere procedures niet opnieuw worden gewogen, waaronder de eerdere vaststelling dat het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig was.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet voldeed aan de criteria voor een verblijfsvergunning als vluchteling of op grond van het risico op foltering of onmenselijke behandeling. Het algemeen ambtsbericht en WBV 2007/15 gaven aan dat bekeerde christenen in Iran doorgaans geen ernstige problemen ondervinden, en dat de doodstraf op apostasie niet in de praktijk werd uitgevoerd.
De door eiser overgelegde aanvullende stukken werden niet betrokken bij de beoordeling omdat zij geen nieuwe relevante feiten toevoegden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag van een Iraanse bekeerde christen wordt ongegrond verklaard.