ECLI:NL:RBSGR:2008:BC8225
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering voorlopige machtiging tot opname in psychiatrisch ziekenhuis wegens onvoldoende gevaar
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een voorlopige machtiging voor opname van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz).
Betrokkene lijdt aan schizofrenie van het paranoïde type. Het verzoek was gebaseerd op het gestelde gevaar van maatschappelijke teloorgang, ernstige zelfverwaarlozing, brandgevaar en agressie naar anderen. Na het horen van betrokkene, zijn familie, behandelaars en andere betrokkenen, en het bestuderen van medische verklaringen en rapporten, concludeerde de rechtbank dat er onvoldoende concrete feiten en omstandigheden zijn die aantonen dat betrokkene door zijn stoornis een gevaar vormt voor zichzelf of anderen.
De rechtbank overwoog dat hoewel betrokkene in een rommelige en vervuilde woning leeft, hij voldoende zelfzorg verricht en fysiek redelijk gezond oogt. Zijn maatschappelijke isolement is langdurig maar stabiel, zonder zichtbare achteruitgang. Brandgevaar en agressie waren onvoldoende aannemelijk gemaakt. De rechtbank benadrukte dat de situatie kan verslechteren, maar dat een nieuwe beoordeling dan aan de orde zal zijn.
De voorlopige machtiging werd daarom geweigerd. De rechtbank sprak de hoop uit dat hulpverlening en familie betrokkene blijven ondersteunen en motiveren voor behandeling en medicatie, maar dat dit de huidige beslissing niet beïnvloedde.
Uitkomst: De rechtbank weigert de voorlopige machtiging wegens onvoldoende concreet gevaar voor betrokkene of anderen.