ECLI:NL:RBSGR:2008:BC8228
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over belangenafweging bij vreemdelingenbewaring en toekenning schadevergoeding
Eiser, een vreemdeling van Somalische nationaliteit, werd op 4 februari 2008 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). De kern van het geschil betrof de vraag of verweerder bij het toepassen van deze maatregel altijd een kenbare belangenafweging moet maken. De rechtbank verduidelijkte dat een belangenafweging tussen het belang van de openbare orde en het belang van de vreemdeling om niet van zijn vrijheid te worden beroofd, uit het dossier moet blijken.
De rechtbank stelde vast dat deze belangenafweging bij Dublinclaimanten in beginsel gegeven is, maar dat in bijzondere gevallen een expliciete en kenbare belangenafweging vereist blijft. Eiser stelde dat in zijn geval een lichter middel dan bewaring passend was en verweerder ten onrechte geen kenbare belangenafweging had gemaakt. Verweerder kon geen zwaarwegende belangen aanvoeren ter rechtvaardiging van de bewaring.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, hechtte waarde aan de omstandigheden van eiser en kende een schadevergoeding van € 820 toe voor de dagen in politiecel en huis van bewaring. Tevens werden de proceskosten aan verweerder opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter van de rechtbank te 's-Gravenhage, mr. J.F.M.J. Bouwman.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling werd gegrond verklaard en een schadevergoeding van € 820 toegekend.