ECLI:NL:RBSGR:2008:BC8374
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende bewijs onjuiste gegevens
Eiser, een Bengaalse Hindoe, diende op 19 april 2005 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder verleende deze vergunning aanvankelijk, maar trok deze later met terugwerkende kracht in op grond van twee individuele ambtsberichten die stelden dat eiser onjuiste gegevens had verstrekt, onder meer over zijn verblijf in Bangladesh en de doodsoorzaak van zijn broer.
De rechtbank onderzocht de juistheid van deze ambtsberichten en constateerde dat er concrete aanknopingspunten zijn om aan de juistheid en volledigheid ervan te twijfelen. Zo bleek uit e-mailverkeer, meldingen bij het COA en het ontbreken van een MOB-status dat eiser waarschijnlijk niet naar Bangladesh was teruggekeerd. Daarnaast toonde een artikel van Amnesty International aan dat eisers broer na de vermeende overlijdensdatum nog actief was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich niet op goede gronden op het standpunt had kunnen stellen dat eiser onjuiste gegevens had verstrekt. Het beroep werd gegrond verklaard, het intrekkingsbesluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het intrekkingsbesluit van de verblijfsvergunning asiel is vernietigd wegens onvoldoende bewijs van onjuiste gegevens door eiser.