ECLI:NL:RBSGR:2008:BC8610
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid beroep inzake Wob-verzoek afgewezen
Opposante heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV en daarbij tevens een Wob-verzoek ingediend om inzage in stukken, waaronder een mandaatregeling. Het UWV heeft dit verzoek opgevat als een verzoek op grond van artikel 7:4 Awb Pro en binnen de wettelijke termijn de gevraagde stukken toegezonden.
De rechtbank heeft eerder het beroep van opposante niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek geen betrekking had op een bestuurlijke aangelegenheid in de zin van de Wob. In het verzet wordt aangevoerd dat het Wob-verzoek wel degelijk een formele aanvraag is waarop het bestuursorgaan een beslissing moet nemen.
De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht het verzoek heeft behandeld als een verzoek op grond van artikel 7:4 Awb Pro en dat het niet verplicht was een afzonderlijke beslissing op het Wob-verzoek te nemen. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft in stand.