ECLI:NL:RBSGR:2008:BC8950
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Benek
- A.B.M. Hent
- D.J. de Lange
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring en voortvarendheid uitzetting
Eiser is op 6 februari 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf en andere omstandigheden die het aannemelijk maken dat hij zich aan uitzetting zal onttrekken. Eiser voerde aan dat hij in aanmerking komt voor de pardonregeling en dat er geen uitzettingshandelingen zijn verricht, of dat deze onbevoegd zijn uitgevoerd.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet in aanmerking komt voor de pardonregeling en dat het beroep zich richt tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring, niet tegen de uitzetting zelf. De beoordeling van de rechtmatigheid van uitzettingshandelingen met betrekking tot mandaat is geen onderdeel van dit geding.
De rechtbank volgt vaste jurisprudentie dat bij de beoordeling van de bewaring moet worden gekeken of er zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn en of verweerder voldoende voortvarend aan de uitzetting werkt. Daarbij is niet van belang of de DT&V-handelingen formeel als uitzettingshandelingen zijn gekwalificeerd of bevoegd zijn verricht. Handelingen die daadwerkelijk bijdragen aan de feitelijke verwijdering worden als relevante uitzettingshandelingen aangemerkt.
Gelet op de verrichte handelingen, waaronder het horen van eiser, het vertrekgesprek en de aanvraag van een laissez-passer, is de rechtbank van oordeel dat verweerder voldoende voortvarend aan de uitzetting werkt. De vreemdelingenbewaring is rechtmatig en het beroep wordt ongegrond verklaard. Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat de bewaring niet is opgeheven.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en de bewaring is rechtmatig.