ECLI:NL:RBSGR:2008:BC8980
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid inbewaringstelling op grond van Dublinclaim naar Griekenland
De Staatssecretaris van Justitie legde op 10 maart 2008 een maatregel van vreemdelingenbewaring op aan eiser op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 25 en 31 maart 2008.
Uit het dossier bleek dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Unit Dublin te Zevenaar, een verzoek had ingediend om eiser in bewaring te stellen en over te brengen naar een uitzetcentrum in Griekenland. Op 15 maart 2008 werd het overdrachtsdossier aan de Dienst Terugkeer & Vertrek gestuurd met het verzoek zorg te dragen voor een overdracht en een Laissez Passer voor 26 maart 2008.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de noodzakelijke bescheiden voor terugkeer binnen korte termijn beschikbaar zouden zijn, waardoor de openbare orde de inbewaringstelling rechtvaardigde. De rechtbank zag geen aanleiding om te beoordelen of de overdrachtstermijn reeds was verstreken, omdat dit de rechtmatigheid van de uitzetting zelf betreft en niet van de maatregel van bewaring. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.