ECLI:NL:RBSGR:2008:BC9000
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortvarendheid uitzettingshandelingen in vreemdelingenbewaring
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, werd op 20 december 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank beoordeelde of de Staatssecretaris van Justitie voldoende voortvarend had gehandeld bij de uitzetting, mede aan de hand van de Vreemdelingencirculaire 2000 en de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank constateerde dat tussen de presentatie van eiser bij de Marokkaanse autoriteiten op 1 februari 2008 en het eerste rappel op 7 maart 2008 meer dan een maand was verstreken. Dit werd echter niet als onrechtmatig beoordeeld, omdat de termijn mede werd bepaald door werkafspraken met de Marokkaanse autoriteiten en omdat de Staatssecretaris daarnaast andere relevante uitzettingshandelingen had verricht, zoals identiteitsonderzoek en pogingen om de persoon voor wie eiser zich uitgaf te horen.
De rechtbank concludeerde dat er voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestond en dat de voortzetting van de bewaring niet in strijd was met de wet of onredelijk was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.