ECLI:NL:RBSGR:2008:BC9444
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Von Maltzahn
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing ontruiming wegens huurachterstand en vermeende gebreken bedrijfsruimte
In deze zaak vordert eiser dat gedaagde wordt verboden om het vonnis van de kantonrechter tot ontruiming van de bedrijfsruimte ten uitvoer te leggen voordat in hoger beroep is beslist of een minnelijke regeling is getroffen. Eiser stelt dat hij investeringen heeft gedaan in de bedrijfsruimte en een impliciet beroep op artikel 7:206 BW Pro heeft gedaan, omdat de verhuurder tekort zou zijn geschoten in het verhelpen van gebreken. Daarnaast voert eiser aan dat de huurachterstand inmiddels is ingelopen en dat gedaagde geen belang meer heeft bij executie.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het beroep op artikel 7:206 BW Pro niet aannemelijk is geslaagd omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een deugdelijk verzoek tot herstel van gebreken heeft gedaan en dat gedaagde in verzuim is geraakt. Ook is het niet aannemelijk dat de vermeende betalingen de huurachterstand hebben ingelopen, mede vanwege aanwijzingen dat kwitanties mogelijk vervalst zijn. Bovendien zijn de betalingen te laat gedaan om het belang van gedaagde bij executie weg te nemen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat er geen sprake is van een juridische of feitelijke misslag in het vonnis van de kantonrechter en dat er geen noodtoestand is die onmiddellijke ontruiming zou verhinderen. Ook is niet gebleken dat eiser niet naar behoren is gehoord of dat gedaagde zou hebben toegezegd af te zien van ontruiming. Daarom wordt het verzoek tot schorsing afgewezen en wordt eiser veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing van ontruiming wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.