ECLI:NL:RBSGR:2008:BC9966
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens gebrek aan zicht op uitzetting binnen redelijke termijn
Eiseres werd op 15 januari 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. Op 14 maart 2008 stelde zij beroep in tegen de voortzetting van deze maatregel. De rechtbank beoordeelde of de bewaring in overeenstemming was met de Vreemdelingenwet 2000 en of voortzetting redelijk was.
De rechtbank constateerde dat de geplande presentatiedatum van eiseres bij de Surinaamse autoriteiten op 10 september 2008 lag, wat onvoldoende zicht bood op uitzetting binnen een redelijke termijn. Ondanks medewerking van eiseres en het beschikbaar zijn van benodigde documenten, achtte de rechtbank de mededeling van verweerder dat een eerdere presentatie mogelijk was te vaag en onvoldoende onderbouwd.
Met ingang van 17 maart 2008, de datum waarop verweerder bekend was met de presentatiedatum, oordeelde de rechtbank dat de bewaring in strijd was met de Vreemdelingenwet 2000. Het beroep werd gegrond verklaard en de bewaring per 3 april 2008 opgeheven. Daarnaast werd schadevergoeding toegekend voor 17 dagen onrechtmatige bewaring en verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring werd per 3 april 2008 opgeheven en schadevergoeding toegekend wegens onrechtmatige bewaring vanaf 17 maart 2008.