ECLI:NL:RBSGR:2008:BD0152
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Essen
- Van Rens
- Meijers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken uitbuiting in prostitutiezaken
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van uitbuiting van prostituees die de Nederlandse taal niet machtig waren en in een kwetsbare positie verkeerden. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van vier jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk, en een schadevergoeding van €15.000 aan de benadeelde partij.
Tijdens de terechtzittingen op 10 januari en 8 april 2008 werd vastgesteld dat de aangeefsters reeds voor hun kennismaking met verdachte werkzaam waren in de prostitutie en niet door verdachte werden gedwongen dit werk te doen. Hoewel verdachte de kamerhuur regelde en controle uitoefende op de inkomsten en klanten, was niet aannemelijk dat dit in een situatie van uitbuiting gebeurde waarbij de slachtoffers geen andere keuze hadden.
De rechtbank oordeelde dat de gedragingen van verdachte niet kwalificeren als uitbuiting in de zin van artikel 273f, eerste lid, Wetboek van Strafrecht, en sprak verdachte vrij. Tevens werd de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij afgewezen wegens niet ontvankelijkheid, omdat geen straf of maatregel werd opgelegd.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van uitbuiting.