ECLI:NL:RBSGR:2008:BD0971
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C.I.H. Fockens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beleidsvrijheid bij beëindiging 14-1 verblijfsaanvragen na 18 maart 2005
De zaak betreft een beroep van eiser tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning buiten behandeling te stellen omdat deze niet als een 14-1 aanvraag kon worden aangemerkt. De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris een ruime beleidsvrijheid heeft bij de toepassing van artikel 3.4, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000. Het 14-1 beleid gold als bijzonder begunstigend en was van 14 januari 2003 tot 18 maart 2005 van kracht.
Eiser stelde dat het abrupt beëindigen van de 14-1 regeling zonder voorafgaande waarschuwing onbehoorlijk bestuur was, mede omdat de regeling pas na zijn aanvraag werd gepubliceerd. De rechtbank oordeelt echter dat de staatssecretaris niet onbehoorlijk heeft gehandeld omdat de beleidsvrijheid groot is en de regeling gedurende meer dan twee jaar heeft gegolden. Bovendien bleef het mogelijk om op basis van schrijnende omstandigheden een reguliere vergunning aan te vragen, waarbij formele vereisten zoals leges en het mvv-vereiste weer van toepassing werden.
Het beroep op schending van de hoorplicht faalt omdat dit pas ter zitting is aangevoerd. Het verzoek om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen wordt afgewezen omdat de rechtbank op het beroep heeft beslist. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.