ECLI:NL:RBSGR:2008:BD0983
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens onrechtmatig verblijf en toekenning schadevergoeding
Eiser, een vreemdeling van Surinaamse nationaliteit, werd op 25 maart 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Hij voerde aan dat zijn visum nog geldig was en dat hij rechtmatig verblijf genoot, waardoor de bewaring onrechtmatig was opgelegd. Daarnaast stelde hij dat de maatregel geen deugdelijke gronden bevatte en dat er geen belangenafweging was gemaakt. Ook stelde hij te voldoen aan de voorwaarden voor vrijstelling van bewaring op grond van artikel 59, derde lid, Vw 2000.
De rechtbank oordeelde dat de verwijzing naar A2/4.3.7 van de Vreemdelingencirculaire niet afdoet aan het feit dat de vrije termijn als bedoeld in artikel 12 van Pro de Vw 2000 was verstreken vanwege concrete aanwijzingen dat eiser een strafbaar feit had gepleegd en daarmee een gevaar voor de openbare orde vormde. Hierdoor was het rechtmatig verblijf geëindigd en was de bewaring gerechtvaardigd. Wel stelde de rechtbank vast dat eiser aannemelijk had gemaakt dat hij wilde meewerken aan zijn uitzetting en beschikte over een geldig paspoort en retourticket.
Op grond hiervan concludeerde de rechtbank dat de toepassing van de vrijheidsontnemende maatregel in strijd was met de wet en niet gerechtvaardigd was. Het beroep werd gegrond verklaard, de bewaring opgeheven met ingang van 3 april 2008 en een schadevergoeding van €655,-- toegekend voor de onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werden de proceskosten van €644,-- aan eiser toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de vreemdelingenbewaring opgeheven en schadevergoeding toegekend wegens onrechtmatige vrijheidsontneming.