ECLI:NL:RBSGR:2008:BD0995
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- S.A.M.L. van den Bosch - van de Sande
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning en ongewenstverklaring op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Verzoeker, een Afghaanse vreemdeling die sinds 1998 in Nederland verblijft, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie tot intrekking van zijn verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd en bezwaar gemaakt tegen zijn ongewenstverklaring. De intrekking is gebaseerd op een tegenwerping van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, waarbij verweerder zich beroept op een ambtsbericht over mensenrechtenschendingen door Afghaanse veiligheidsdiensten.
De voorzieningenrechter overweegt dat de inhoudelijke beoordeling van de tegenwerping van artikel 1F zal plaatsvinden in een nader te bepalen zitting van de Meervoudige Kamer, nadat een beslissing op het bezwaar tegen de ongewenstverklaring is genomen. Omdat deze beslissing op bezwaar nog uitblijft en de beoordeling daardoor vertraagd wordt, wijst de rechtbank de voorlopige voorziening toe die de rechtsgevolgen van de ongewenstverklaring opschort en verbiedt verzoekers uitzetting totdat op het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning is beslist.
De rechtbank acht de belangen van verzoeker, waaronder het belang om bij de verdere behandeling aanwezig te zijn, zwaarder dan die van verweerder, mede gelet op de lange duur van de procedure. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en schort de rechtsgevolgen van de intrekking verblijfsvergunning en ongewenstverklaring op.