ECLI:NL:RBSGR:2008:BD1495
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak bezwaar aanslag verontreinigingsheffing wegens onvoldoende motivering
Eiser verhuurt onzelfstandige woonruimte die volgens partijen als bedrijfsruimte wordt aangemerkt voor de toepassing van de Verordening verontreinigingsheffing Delfland 2005. De kern van het geschil betreft de hoogte van de vervuilingswaarde waarop de aanslag is gebaseerd: eiser stelt 3 vervuilingseenheden, verweerder 5,4.
Eiser voert aan dat in 2005 een verbouwing plaatsvond waarbij extra waterverbruik ontstond, waardoor het verbruik dat jaar hoger was dan normaal. Verweerder baseert de aanslag op het waterverbruik in de periode 16 oktober 2004 tot 18 oktober 2005, vermenigvuldigd met een factor 0,023, maar geeft geen wettelijke grondslag voor deze berekeningswijze.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de bewijslast draagt voor de heffingsgrondslag en hierin niet is geslaagd. De verwijzing naar de Verordening 2007 is een misser en niet van toepassing op 2005. Ook ontbreekt een deugdelijke motivering van het besluit, in strijd met artikel 7:12 Awb Pro.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en verwijst de zaak terug naar verweerder voor een nieuw besluit met correcte motivering. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd wegens onvoldoende motivering van de heffingsgrondslag.