ECLI:NL:RBSGR:2008:BD1535
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsrelatie met billijke vergoeding
Verzoeker, sinds 1980 in dienst bij Shell, verzoekt ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst per 1 oktober 2007 met toekenning van een vergoeding van €840.000 bruto, exclusief contractuele compensatie voor uitvindingen. Hij stelt dat sinds 2002 een cultuuromslag binnen het management heeft plaatsgevonden, waardoor zijn positie structureel is ondermijnd en zijn integriteit en professionele kwaliteiten zijn aangetast. Shell bestrijdt het verzoek en stelt dat er geen zodanige veranderingen zijn die ontbinding rechtvaardigen, en betwist tevens de vergoeding.
De kantonrechter neemt de aan het einde toegezonden weerlegging van het verweerschrift niet mee vanwege procesorde. Hij stelt vast dat het ontbindingsverzoek niet samenhangt met een opzegverbod en oordeelt dat er wel degelijk sprake is van zodanige veranderingen in de omstandigheden dat ontbinding binnen afzienbare tijd redelijk is. De arbeidsrelatie is verstoord en het gebrek aan vertrouwen bij verzoeker verhindert een vruchtbare voortzetting.
De kantonrechter acht een billijke vergoeding passend, omdat de verstoring niet binnen de risicosfeer van verzoeker ligt en Shell niet altijd adequaat heeft gereageerd op zijn zorgen. Gelet op alle omstandigheden en de aanbevelingen van de Kring van Kantonrechters, stelt hij de vergoeding vast op €406.000 bruto. Verzoeker krijgt tot 14 mei 2008 de gelegenheid het verzoek in te trekken; bij niet-intrekking wordt de arbeidsovereenkomst per 15 mei 2008 ontbonden en worden de proceskosten gecompenseerd.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 15 mei 2008 met een billijke vergoeding van €406.000 bruto aan verzoeker.